PSA

PSA Screening

Tot 1985 werd een prostaatkanker meestal gediagnosticeerd in een lokaal vergevorderd of een gemetastaseerd stadium, met andere woorden op een moment dat patiënt hiervan klachten had en waarbij het meestal te laat was. Al deze patiënten waren onmiddellijk geklasseerd in een palliatief stadium en van genezing kon geen sprake zijn.

Dankzij de komst van de PSA bepaling (prostaat specifiek antigen) rond de jaren 85 en geleidelijk aan meer gebruikt in de jaren 90, bleek deze tumormarker zeer waardevol om op vroegtijdige wijze een prostaatgezwel op te sporen en dit voor dat het lokaal vergevorderd was en ook vooraleer dat het gemetastaseerd was.

Overheid, urologen, huisartsen en patiënten konden op dat ogenblik de kracht van de PSA tumormarker niet inschatten.

Gezien het grote verschil met de pré-PSA periode werd dan ook gretig van deze tumormarker gebruik gemaakt en werd dit toegevoegd aan het standaard bloedonderzoek van de patiënt.

Afwijkende waarden gaven aanleiding tot nazicht bij de uroloog, noodzaak aan biopten en vaststellen van een prostaatcarcinoom in om het even welk stadium.

Nadien is gebleken dat deze tumormarker zo waardevol en krachtig was dat de patiënten zelfs te snel gediagnosticeerd werden en behandeld werden zonder dat dit echt nodig was.

Studies hebben aangetoond dat indien een man de leeftijd van 100 jaar bereikt dat er bij 100 % een prostaatcarcinoom wordt vastgesteld. Dit wil zeggen dat veel mensen verouderen met een carcinoom zonder daarvan te sterven. De vraag stelde zich dan ook welke personen moeten behandeld worden om optimaal te profiteren van de verschillende therapeutische curatieve (genezende) mogelijkheden.

Gezien bij de initiële diagnose, noch bij klinisch onderzoek, noch bij echografie, noch bij prostaatbiopsie kon vastgesteld worden hoe agressief de tumor was, werd steeds overgegaan tot een curatieve (genezende) behandeling onder de vorm van radiotherapie en/of radicale prostatectomie met de nodige morbiditeit van incontinentie en impotentie tot gevolg.

Na uitgebreide studies bleek eind 2010 dat er een grote hoeveelheid patiënten té vroeg gediagnosticeerd en onnodig behandeld werden.

Om die reden werd door de Europese Vereniging voor Urologie en het kenniscentrum de houding aangenomen dat bepaling van de PSA eerder nefast dan gunstig was en de bepaling werd dan ook uit het normale bloedonderzoek geschrapt.

Ondertussen zijn we 10 jaar verder en weten we beter. PSA is onmisbaar maar dient op een betere manier gebruikt te worden. Dit is de reden dat we vandaag hier samen aanwezig zijn.

Vooreerst moet geweten worden dat in Europa toch 417.000 mensen per jaar gediagnosticeerd worden met prostaatkanker en dat prostaatkanker de tweede voorkomende doodsoorzaak is bij de man, na het longcarcinoom en verantwoordelijk is voor 92.000 doden per jaar.

In Europa werden een aantal screening studies uitgevoerd waarbij een kleine 200.000 mensen werd betrokken. Hierbij werd vastgesteld dat dankzij de PSA en de adequate correcte behandeling een reductie van 21 % van de prostaatkanker mortaliteit kon bekomen worden. Met andere woorden was er 1 dode minder per 781 personen die gescreend werden of anders gezegd 1 dode minder op 27 patiënten die gediagnosticeerd werden met een prostaatcarcinoom.

In vergelijking heeft men voor het coloncarcinoom 850 gescreende patiënten nodig en voor het borstcarcinoom 235 gescreende patiënten.

Indien de screening langdurig wordt volgehouden bijvoorbeeld een 20-tal jaar dan ziet men dat men 1 dode minder heeft per 101 gescreende patiënten en 1 dode minder per 13 gediagnosticeerde prostaatcarcinomen wat toch een zeer belangrijke en significante winst is. Daarbij wordt eveneens duidelijk dat dankzij de screening het aantal nieuwe patiënten met vergevorderd of gemetastaseerd prostaatcarcinoom sterk verminderd.

Vandaag voelen wij, urologen in onze praktijk, dat door het weglaten van de PSA bepaling het aantal nieuwe patiënten met vergevorderd prostaatcarcinoom en gemetastaseerd prostaatcarcinoom terug sterk aan het toenemen is.

Dit willen we in elk geval vermijden en daar willen we met de ganse equipe onze schouders onder zetten.

Actueel is er door de Europese Vereniging voor Urologie een policy paper om PSA screening for prostate cancer neergelegd bij de Europese Commissie met de vraag om terug meer aandacht te besteden aan het vroegtijdig opsporen van prostaatkanker door middel van screening.

Iedereen is op de hoogte dat de laatste jaren veel inspanningen werden gedaan om het coloncarcinoom vroegtijdig op te sporen waarbij alle patiënten tussen 51 en 73 jaar een aanvraag in de bus krijgen om stoelgang te laten onderzoeken op aanwezigheid van bloed.

Deze houding heeft ervoor gezorgd dat het coloncarcinoom in een vroeg stadium wordt teruggevonden. Het is niet meer dan correct dat dezelfde houding wordt aangenomen voor het vroegtijdig vinden van een prostaatcarcinoom waarbij we spreken van een tumor die meest gediagnosticeerd voorkomt in Europa en de tweede doodsoorzaak is!

De urologen zijn ervan overtuigd dat de jonge patiënt en ook deze met familiale antecedenten van prostaatcarcinoom het meest voordeel zal hebben bij het vroegtijdig opsporen gezien de diagnose van een prostaatcarcinoom op jonge leeftijd meestal gepaard gaat met een agressieve vorm en een onmiddellijke behandeling noodzakelijk is.

Het Urologisch Centrum Noord West-Vlaanderen wil dat ook terug een pioniersrol spelen en wil kort op de bal spelen om de urologische patiënten te helpen bij het opsporen en behandelen van het prostaatcarcinoom.

We wensen dan ook dit te doen aan de hand van 'bus aan bus' verspreiding van informatieve folders, digitale informatie en voordrachten waarbij de voordelen aan de patiënt kenbaar gemaakt worden.

We willen ons inzetten om ervoor te zorgen dat een optimale behandeling voor ieder persoon gediagnosticeerd met prostaatcarcinoom wordt voorgesteld en hierbij gaat het niet enkel om het reduceren van de mortaliteit cijfers maar voornamelijk om het verbeteren van de Quality of Life. Het sneller de diagnose, hoe beter de outcome, zowel wat incontinentie als impotentie betreft. Een late diagnose met metastasen heeft de grootste impact op de Quality of Life en dit moet vermeden worden.

In het verleden werd vaak gezegd dat er een overbehandeling is maar dit kan vermeden worden dankzij het correct inschatten van de prognostische factoren. Eerst en vooral is een diagnose noodzakelijk en overdiagnostiek is niet mogelijk.

In het verleden werd de diagnose gelijk gesteld met operatie of radiotherapie, dit is heden niet meer waar. Op een bepaalde leeftijd en onder bepaalde omstandigheden wordt een actieve surveillance voorgesteld, ook bij jonge patiënten.

Dergelijke beslissingen worden niet alleen genomen door de uroloog maar door een multi-oncologische consultatie met de aanwezigheid van de uroloog, de oncoloog, de radiotherapeut, de anatome patholoog en de nuclearist.

Op vandaag verbetert de diagnostiek ook dankzij de multi-parametrische NMR en zo nodig de NMR geleide biopsie waarbij ervoor gezorgd wordt dat 30 % van de prostaatpunctiebiopsies kunnen vermeden worden. NMR zorgt ervoor dat voornamelijk de significante en agressieve prostaatkankers worden teruggevonden.

Het oordeelkundig gebruik van al deze mogelijkheden door de behandelende uroloog zorgt zeker voor een betere prognose, betere Quality of Life, verminderde morbiditeit en verminderde mortaliteit van alle prostaatkanker patiënten.

De urologen van het Urologisch Centrum Noord West-Vlaanderen